Sabel

Waar gaat het boek over?
‘Sabel’ is het verhaal van Max, een jongen die tijdens de Duitse bezetting van Nederland samen met zijn familie wordt opgepakt en in Kamp Vught belandt. Hij heeft daar één houvast: de rode kater Sabel. Door de ogen van Max zien wij de wereld om hem heen steeds kleiner worden. Hij klampt zich vast aan kleine, alledaagse zaken en datgene wat hem vertrouwd is.
cover
Suzanne Wouda schreef een aangrijpend boek over de deportatie van Joodse kinderen in de jaren 1942-1943, die uiteindelijk resulteerde in de verschrikkelijke kindertransporten van juni 1943.

Proces
Sabel begon met een beeld in mijn hoofd dat een kort verhaal werd. Vervolgens vroeg iemand (Henk van Straten) waarom ik er geen boek van maakte en dus deed ik dat. Zo volgzaam…
Het verhaal gaat over Max en zijn kat Sabel en speelt zich af in Amsterdam en in Kamp Vught.
Eindelijk vond ik een uitgever die er net als ik ook in geloofde. In april 2017 kwam het boek uit bij Hoogland en Van Klaveren.

Recensies zijn er al:

Fragment
‘Au!’

Mama gooit mijn jas op tafel en steekt haar vinger in haar mond. ‘Rotstof.’ Ze zuigt op haar vinger. ‘Veels te dik.’
Ik weet niet of ze mijn jas bedoelt, of de gele stof van de ster die ze probeert vast te naaien.
Ze zucht en duwt de jas van zich af. Hij schuift over mijn tekening.
‘Doe het zelf maar,’ zegt ze en ze staat op om in de keuken met iets te rammelen. Er valt een glas kapot. Ik hoor woorden die mama normaal niet zegt.
Ik trek mijn tekening onder de jas vandaan. De waterverf zit op plekken waar hij niet hoort te zitten. Papa komt achter me staan. ‘Moderne kunst,’ zegt hij. ‘Die verdient een plekje tegen de schoorsteenmantel.’
In de keuken is het stil geworden.
Papa gaat zitten en pakt mijn jas die vol verfvlekken zit. Met de naald en draad naait hij de gele ster vast. Zonder in zijn vinger te prikken.
Mama komt uit de keuken. Haar ogen zijn rood. In haar handen heeft ze een stapeltje stof, dat ze op tafel smijt. De stof valt in gele sterren uiteen.
Ik tel er meer dan tien.
‘Als je maar weet dat ik echt niet met zo’n ding over straat ga,’ schreeuwt mama.
‘Dan blijf je binnen.’
‘En ik blijf ook niet binnen,’ gilt ze.
Papa zwijgt.
Vanuit de voorkamer komt Sabel op de herrie af. Hij springt op tafel, landt op de gele stof en vliegt met een ster in zijn bek aan de andere kant de tafel af, de kamer door, de deur om. De scharnieren van het kattenluikje knarsen.
Mama schudt haar hoofd en ploft neer op een stoel. ‘Nou, als de kat er geen problemen mee heeft…’ verzucht ze en ze begint een ster op haar lievelingsjas te spelden. 

We staan in de deuropening. Mama en ik. ‘Alsof we een kudde bizons gaan uitlaten,’ zeg ik.
Mama knikt. ‘Onopvallend zijn we nu niet meer.’ Ze knijpt mijn hand tot moes. ‘Klaar? Ik tel tot drie.’
‘Een… twee… drie!’
We lopen de stoep op. De zon breekt door de wolken en zet de gele ster in vuur en vlam.