Op de sofa

Verhaal naar aanleiding van de schrijfwedstrijd ‘sofamonologen’ van Op ruwe planken. Hierbij ontvingen de deelnemers een stoornis die centraal moest staan in een monoloog.

Tijd

De wereld was wit toen die net gemaakt was wit van leegheid er was niets niemand nog. Daar denk ik vaak aan meestal eigenlijk en dan gaat het kan ik een stap zetten of ergens naar toe gaan. Wel met mijn eigen auto die ruikt nieuw. Ik heb een ionisator gekocht. Het is bijna echt al weet ik dat het niet zo is maar het gaat en dat is het belangrijkste. Geen idee voor hoelang, meestal niet lang kort maar. Ik voel het glippen.
Het wordt steeds moeilijker om de witte lege wereld van het begin voor me te zien ik kom de deur niet meer uit. De auto staat in de garage te verstoffen ik stel me voor hoe hij daar staat. Banden plat.
Het spijt me. Ik ratel. Mijn vrouw zegt dat ik rustig moet doen rustig ik heb de neiging maar door te praten om niet te hoeven denken aan. Alles.
Ik zal u vertellen over de kaart.
Mijn collega’s stuurden me een afscheidskaart die nog op het prikbord hangt maar het is zo lang zo lang hij moet daar intussen al wel een jaar of drie hangen. Als je hem weghaalt weet ik zeker zul je de omtrek achtergelaten door de zon zien zo lang. Ik kan me hun gezichten niet meer voor de geest halen.
Ik vroeg haar mijn vrouw de kaart weg te halen die herinneringen zijn niet goed. Ze weigert. Die kaart laat mij voelen hoe lang het geleden is vindt ze hij zal spijt krijgen beter worden weer gaan werken. Maar ik, ik denk aan werk en moet me douchen met water en zeep. Stoom. Alleen de gedachte aan al het denken aan.
De auto in de garage heeft een lege accu en ik ben bang dat ie in een grote wolk verstuift als ik hem aanraak of ook maar de deur naar de garage opendoe zo lang. Ik adem een auto in stof in. Ik stik. De gedachte aan alleen al. Het vreet mijn ingewanden weg zo voelt dat.
Ze heeft me gebracht. Ik ging mee kon mee. Ze heeft de ionisator gebruikt en het sneeuwt buiten. Het is gewoon een laag over de viezigheid een witte laag over alles maar toch lijkt de wereld nieuw vers en leeg. Ik kon mee. Sneeuw nieuweautogeur het helpt even niet lang.
Tijd is vreemd, alles gaat snel en langzaam hoe dat kan weet ik niet.
Nu ben ik hier.

(toegewezen stoornis: smetvrees)