Lesideeën

Stormvaart

Kruidenspel en geurmuurkrant
Verzamel verschillende kruiden (en andere producten die in de tijd van de VOC verhandeld werden) in potjes of zakjes. Denk aan: peper, foelie, kaneel, nootmuskaat, kruidnagelen, gember, rijst, koffie, thee, suiker. Laat de kinderen zonder te kijken raden welke producten het zijn. De producten die ze niet herkennen mogen bekeken worden.
Maak een geurmuurkrant door enveloppen met kruiden op een stuk behangpapier te bevestigen en dit op te hangen. De kinderen zoeken feiten over de kruiden op en schrijven deze op kaartjes die dichtgevouwen op het papier worden bevestigd. Andere leerlingen van de school (of de ouders), raden om welke kruiden het gaat en kunnen de flappen omslaan voor meer informatie.

Op de kaart
Volg tijdens het lezen de reis van de hoofdpersoon en teken deze uit op een gekopieerde kaart. De kinderen zetten belangrijke gebeurtenissen in steekwoorden op kaartjes en plakken deze op de juiste locatie. Eventueel kunnen er illustraties of strips bij gemaakt worden.
Andere verhalen kunnen ook verwerkt worden op deze kaart, zoals bijvoorbeeld het verhaal van de noodlottige reis van de Batavia.

Piraterij en kaapvaart
Piraterij in de 17e eeuw zal zeker tot de verbeelding spreken. Bespreek het verschil tussen piraterij en kaapvaart. Piraten waren vaak eigen baas en deelden de opbrengst met elkaar. Kapers overvielen schepen in opdracht van hun koning of regering. Zij kregen kaperbrieven mee, waarmee ze het ‘recht’ hadden om schepen van vijandelijke landen aan te vallen.
Bespreek ook dat piraterij nu nog veel voorkomt. Zijn er leerlingen die hier iets over kunnen vertellen?

Eigen vlag
Piraten hadden vaak een eigen vlag. Zwart of rood, met een doodskop erop. Laat kinderen op een vel papier een eigen piratenvlag ontwerpen. Belangrijk is dat er een herkenbaar element in zit zodat de vlag persoonlijk wordt.

Spreekwoorden
Veel spreekwoorden komen uit de scheepvaart. Kunnen kinderen er een aantal bedenken? Teken op een vel papier een groot schip en schrijf de spreekwoorden er op een passende plaats bij. Schrijf bijvoorbeeld ‘de wind in de zeilen hebben’ bij of op het zeil.

Logboek of brief naar huis
De kinderen kunnen kiezen uit twee opdrachten:

  1. Beschrijf het verhaal van een reis op een VOC-schip in logboekvorm. Werk hierbij eventueel samenwerken in een klein groepje.
  2. Stel je voor dat je een matroos bent op een VOC-schip. Schrijf een brief aan het thuisfront waarin je over je belevenissen vertelt.

Verschoppelingen

Woordweb
Maak een woordweb over de onderwerpen uit het boek: 17e eeuw, de pest, Amsterdam en Leiden.
Vul tijdens en na het lezen van het boek het woordweb aan. Zo wordt duidelijk welke woorden aan bod zijn gekomen en welke kennis de leerlingen hebben opgedaan.

Kaft
Bespreek de voorkant en de flaptekst op de achterkant. Waar zou het verhaal over gaan? Welke verwachtingen heb je?

Landkaart
Bekijk de kaart in het boek. Vergelijk deze met een kaart van Nederland anno nu. Welke verschillen zie je? Zijn er ook overeenkomsten?

Gedicht Jacob Revius
Het eerste deel begint met een zin uit een gedicht over de pest van Jacob Revius, die leefde van 1586 tot 1658. Het hele gedicht is te vinden in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren.
Hieronder is het gedicht te lezen. De woorden met de sterretjes zijn vertaald naar meer modern taalgebruik.

Als tot den hemel toe vermenigden de sonden
Heeft God veel-voudich oock zijn plagen wtgesonden.
By honger ende crijch hy het niet blijven laet,
De pest quam tonen oock haer vreselijck gelaet:
De kaken* in-gedruckt en magerlijck gevoedet, (wangen)
Den neuse spits en lanck bevreyssemt* en bebloedet, (bedekt met schuim)
De ogen spalckende, de tanden geel en hol,
De tong’ geswollen op, van schuym en sever* vol, (kwijl)

De reutelende borst vast hoestede en knuchte,
De longe cort-geaemt steets pijpede* en suchte, (maakte een piepend geluid)
Het hooft nu hier nu daer wiert swijmende geschudt*, (machteloos)
De kele gaf een damp gelijck een doden-put,
Het herte in een vier scheen lichter-laey te branden,
Noch* yselden van cou* de voeten en de handen, (toch, ijskoud zijn)
De huyt was oversaeyt met vlecken paers en swart,
Met blaren vael en grijs, met bulten dick en hart.
Haer slincker* droech een sweep, haer rechter hant een toortse, (linkerhand)
Haer volgd’ als naeste maech, de brantsucht en de coortse,
En, alsse vallen liet een voncke daerse trat,
Voor eerst een hele buyrt, daer na een hele stat,
Daer na het heele lant was schiedelijck ontsteken,
Dies menich jonge spruyt het herte moste breken.
Ick ken, ick ken u wel ontsienelijck* gedrocht. (verschrikkelijk)
Ghy hebt by my vernacht, doch niemant omgebrocht,
Want een veel stercker hant u handen heeft gevatet,
Die anders niet en wil, als hy u woeden latet
Dan sijnes names eer en onse hoochste goet.
Wy clagen onse schult, wy vallen hem te voet,
Mistrouwende ons selfs sijn goetheyt wy vertrouwen,
En schouwende de sond’ wy u niet meer en schouwen.

Probeer het gedicht te lezen. Markeer de woorden die je echt niets zeggen. Probeer samen de betekenis te achterhalen.
Wat wil Jacob Revius zeggen met het gedicht? Kun je uit het gedicht enkele symptomen van de pest halen?

De gevelsteen van Sinterclaes
Deze steen hangt aan een pand dat aan de Dam staat. Mogelijke vragen om te bespreken en opdrachten:

  • Waarom hangt deze gevelsteen er?
  • Wat is een beschermheilige?
  • Waarom zou Nicolaas van Myra de beschermheilige van Amsterdam zijn?
  • Wat weet je zelf van Nicolaas van Myra?
  • Welke rol speelt de gevelsteen in het boek?

De dokter
De wonderdokter is een kwakzalver en geen echte dokter, hoewel hij wel kennis van geneeskrachtige kruiden heeft.
Mogelijke vragen om te bespreken en opdrachten:

  • Hoe probeert de dokter zijn wonderdrankje te verkopen?
  • Welke truc/manier zou jij bedenken?
  • Bedenk met een klein groepje een manier om jouw wonderdrank te verkopen. Wat zijn de ingrediënten, wat is de werking van het drankje en vooral: waarom moeten mensen jouw drankje kopen? Verwerk dit tot een 17e eeuwse ‘reclamespot’.

Huizen zonder verhaal
In hoofdstuk 4 komen we er achter dat Daniel liever mensen tekent dan de grachtenpanden. Op blz. 26 heeft hij het over ‘de huizen zonder verhaal’. Wat vinden jullie? Klopt dat? Ken je voorbeelden van huizen met een verhaal?
Daniel loopt in dat hoofdstuk via de Prinsengracht naar de Westermarkt. Langs welk (nu) beroemd huis loopt hij? Wat kun je iets vertellen over dat huis?

Spreekwoorden
Veel spreekwoorden zijn al oud. Hier zijn enkele spreekwoorden die in de 17e eeuw al bestonden.
Zijn laatste oortje versnoepen. Als de ene blinde de ander leidt vallen ze beiden in de gracht. Voor paal staan.
Wat betekenen deze spreekwoorden? Hoe zouden ze ontstaan zijn? Passen de spreekwoorden bij het verhaal?
Ken je nog meer spreekwoorden waarvan je vermoedt dat ze ook al in de 17e eeuw bestonden? Bekijk deze link over spreekwoorden.

Verschoppelingen
Mogelijke vragen om te bespreken en opdrachten:

  • Wat betekent het woord ‘verschoppelingen’?
  • Welke verschoppelingen zijn er bij de bende van de wonderdokter? Geef kort een eigenschap of kenmerk weer van elke verschoppeling.
  • Bedenk zelf een personage dat bij de bende verschoppelingen zou passen en teken of beschrijf hem/haar.
  • Wat zijn hun bijnamen? Waarom hebben ze die bijnaam?
  • Wat is de functie van de bijnamen voor het verhaal? (Waarom zou de schrijver hebben gekozen voor bijnamen?)
  • Wat zou een bijnaam voor Daniel kunnen zijn?

Het huis met de hoofden
Het huis met de hoofden speelt een rol in het verhaal. In Amsterdam is dat huis nog steeds te vinden, aan de Keizersgracht 123.
Mogelijke opdrachten:

  • Maak een tekening van het verhaal dat hoort bij het huis met de hoofden.
  • Dit verhaal wordt verteld in hoofdstuk 21. Speel het verhaal na.
  • De laatste rover weet te ontkomen. Er is nog een vervolgverhaal, waarin die rover en de dienstmeid een rol spelen. Kunnen de kinderen zelf ook een vervolg bedenken?

Citaat Bredero
En nou ick versta dat de vullers ouwe pis koopen,
Nou wil ick me water so lichtveerdigh niet mier laten loopen,
Gerbrand Adriaenszoon Bredero, Spaanschen Brabander (1617)

Wat zou Bredero hiermee bedoelen?
De inwoners van Tilburg hebben de bijnaam Kruikenzeikers, die onder andere met carnaval gebruikt wordt. Hoe valt die naam te verklaren?

Slot van het boek
In het hoofdstuk ‘Een leeg vel’ heeft Daniel eindelijk weer zin om te tekenen. Het verhaal stopt echter voordat we weten wat hij tekent. Wat denk jij dat Daniel tekent? Maak zelf een tekening bij het boek. Gebruik houtskool.

Episodeboek
Een episodeboek is een verzameling van de belangrijkste scènes van het verhaal. De belangrijkste gebeurtenissen worden getekend door verschillende groepjes, eventueel met een korte beschrijving of samenvatting.