Gewoon een werkdag

Ik ben op mijn werk en ’t gonst.
Morgen zijn de koningsspelen.
In een lokaal rechts achterin zitten 16 kinderen van groep 8 achter laptops de eindtoets te maken.
In twee lokalen links houdt de middenbouw een tentoonstelling over kunst. Je kunt er naar een levend schilderij kijken (met een knop ‘beweging’ en een knop ‘praten’), naar presentaties kijken, zelfs schrijftips krijgen, die ik natuurlijk meteen meegenomen heb, want ja, schrijven is een kunst en tips maken alles beter.
Er komen ouders, opa’s en oma’s die aan hun hand worden meegetrokken, kijk hier eens, kijk dit.
De directeur is afwezig en ik probeer te werken. Een verslag te typen.
Maar het lukt niet echt. Het gonst.
De kleuters lopen stil in en uit. Op de gang zit groep zes te werken.
Ineens staat de algemeen directeur met de wethouder binnen. Een flitsbezoek. Twee uur later denk ik: gelukkig komt ze nu niet, wat zou ze denken..
Maar ze staat voor mijn neus en knijpt mijn hand bijna fijn. Ik heb je brief gelezen, zegt ze. Ik wil er wel even met je over praten. Ik wijs naar het directiekantoor, want mijn hok noem ik niet voor niks mijn hok en mijn collega’s noemen het soms het café. Dat heeft alles te maken met verlichting en niets met alchohol, hoewel er voor een teamborrel wel eens flink wat flessen speciaalbier in de kast stonden.
De brief. Ik schreef een brief aan de wethouder van onderwijs en de gemeenteraad omdat onze school groeit en we per augustus een lokaal erbij zouden moeten hebben. Dat lokaal zou tijdelijk op de plek van de speelzaal komen, als noodoplossing. Maar een school zonder speelzaal kan niet en daarom schreef ik op mijn verjaardag een nogal persoonlijke en emotionele brief.
Daar spreken we dus over. Ik leg uit waarom. Ze is begripvol. Daarna leidt de directeur van onze stichting haar rond. Ik fluister de directeur toe: het is niet echt een normale ochtend, waarop zij zegt: dat is het hier nooit. Ze lacht erbij.
Terug in mijn hok. Wat was ik ook alweer aan het doen?
Dat verslag.
Ik typ wat, maar het gonst. Ik word ingehaald door de dynamiek van dit alles en zie mezelf in een emotioneel gesprek met een ouder over haar kind, zie mezelf zittend bij de eindtoets want ’s middags zijn er twee kinderen nog niet klaar, ik hoor mezelf uitleg geven over de lastige opgaven die ze krijgen, uitleg geven zonder voorzeggen is best lastig. Een van de laptops loopt vast. Hoeveel moet ik nog, vraagt het ene kind om de twee vragen.
En ik moet nog dat verslag…
Ondertussen kijk ik soms op facebook, want ja, mijn nieuwe boek, en recensies en reacties enzo, ik doe dat liever niet, maar soms kun je niet anders…
Dat versl…

Ik zeg tegen een collega: heb je wel eens dat er niets uit je handen komt en dat je beter naar huis kunt gaan, maar dat je niet naar huis kunt. En dus zit je je tijd uit je nutteloos te voelen.

Het gonst. Morgen de koningsspelen, ontbijt wordt klaargezet, de klassen moeten leeg want de vloeren worden gedaan in de vakantie.
Ik weet me nog twintig minuten te concentreren op dat verslag. Dan is het af.
Een raadslid belt, want ja, die brief was ook gericht aan de raad. Het is een prettig gesprek.
Ik kijk nog eens op facebook, heb een leerlingbespreking, krijg een appje: of ik een serienummer van een laptop kan doorgeven voor de installatie van dyslexiesoftware.
Ik vraag mijn collega’s of ik nog iemand kan helpen en bedenk dat ik in de vakantie wel wat extra uren kan maken om verslagen te typen en administratie bij te werken.
Ik ruim op en stap in de auto om in het midden van het land nieuwe leesboeken op te halen voor de schoolbibliotheek.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s