Poëziealbum

Ik heb mijn poëziealbum van toen ik vier was nog. Op de eerste pagina staat een tekening op zijn kop, van een schommel en een touwladder. Op de schommel zit een meisje met een blauwe jurk aan en een roze strik op haar hoofd. Ze hangt ook aan de touwladder, probeert omhoog te klimmen, maar ze is uitgegumd. Je ziet de afdruk van het potlood, de gum heeft het papier beschadigd.
Het album staat vol met mensen die ik niet meer ken, mensen die niet meer leven.
Het staat vol met versjes. Over God, over wat ik later zal worden – als je later een dametje bent/met opgestoken krulletjes/en allemaal mooie spulletjes/japonnetjes van zij – over wie ik mij nog zal moeten herinneren en over knap zijn – schrob de keuken/dweil de gang/vang de spinnen/wees niet bang/schil de piepers/kook de pap/dan vindt iedereen je knap.
Er is nog een tweede album. In hanepoten staat op de eerste bladzijde dat diegene die erin schrijft moet zorgen dat hij netjes blijft. Mijn naam wordt op elke bladzijde anders gespeld.
Het is dat mijn moeder erin staat, anders had ik de albums weggeflikkerd. Misschien doe ik dat alsnog wel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s