Galerij

Schrijven is koken

Soms vaak verbaas ik me erover hoeveel boeken er in de boekwinkels liggen. En sinds Selexyz en de Slegte getrouwd zijn raak ik zwaar overprikkeld als ik langs de tafels en kasten loop.
En toch kom ik er graag.
Om boeken te kopen om ingrediënten in te slaan.
Wat schrijven is koken.
De ingrediënten van een verhaal haal ik overal vandaan. Sommige dus uit de boekwinkel, in de vorm van non-fictie.
Zo vond ik twee jaar terug ‘Het Walvisboek’. Hierin is het werk van Adriaen Coenen opgenomen, die in de 16e eeuw de stranden en markten afspeurde op zoek naar zeewezens en zeemonsters. Als amateurbioloog maakte hij prachtige tekeningen die hij voorzag van beschrijvingen en verhalen.
Het Walvisboek leverde ingrediënten voor mijn boek Zwart Water. Zoals een verhaal over dolfijnen:

‘Dolfijnen,’ zegt Hildebrand zacht. ‘Als er één sterft, brengen de andere dolfijnen hem naar de bodem van de zee om hem daar in het zand te begraven.’
‘En mensen? Begraven ze die ook?’
Hildebrand haalt zijn schouders op en staart weer in de verte. ‘Ik kan het alleen hopen,’ zegt hij na een tijdje.

En over een walvis zo groot als een eiland:

Hildebrand haalt zijn boek tevoorschijn en opent het bij een grote tekening op twee pagina’s. Een schip dat voor anker ligt, drie matrozen in een bootje en bovenin een monsterlijke kop. ‘Een eiland dat geen eiland is,’ zegt Hildebrand.
‘Wat dan wel?’
‘Een zeer grote walvis. Zijn rug is zo hoog dat hij ver boven het water uitsteekt. Het dier heeft een ruw vel dat eruit ziet als zand. Schippers die voorbij komen, gaan aan land omdat ze menen dat het een eiland is.’
‘Op een walvis?’ zegt Mattias.
‘Zijn huid is zo dik en taai dat de walvis er niets van voelt. Pas als ze vuur maken, schrikt hij van de hitte en verdwijnt onder water.’
‘Je maakt die jongen toch niet nog banger dan hij al is?’ zegt een stem. Het is Dirk. Rein en Cornelis staan achter hem.
‘Stil, Dirk, ik wil weten hoe het afloopt,’ zegt Cornelis. ‘Ik heb tijdens mijn vorige reis mijn vrouw op zo’n soort eiland achtergelaten.’
Rein en Dirk schateren het uit.
Cornelis wrijft een denkbeeldige traan weg. ‘Vertel me, Hildebrand, ik vind haar straks toch wel terug, hoop ik?’
‘Zeker wel,’ zegt Hildebrand serieus. ‘Ik heb me laten vertellen dat jouw vrouw zo rond is als een ton. Ze blijft zeker drijven.’ De glimlach op Cornelis’ gezicht verdwijnt, maar Dirk proest het uit. Hij hangt aan Reins schouder, terwijl uit zijn schele oog tranen rollen van het lachen. Mattias grijnst naar Hildebrand, die zijn boek dichtklapt. Hij heeft een blos op zijn wangen en kijkt naar beneden, alsof hij zich schaamt voor zijn reactie. ‘Het is al een oud verhaal. Niet door mij verzonnen,’ zegt hij zacht.

Voor mij geven dit soort dingen iets extra’s aan een verhaal. Het historische sausje, zeg maar.
Maar de Bourgondiër in mij giet altijd te veel saus over het eten. Vandaar dat er nog wat verhalen zijn gesneuveld tijdens de diverse herschrijfrondes. Zoals het verhaal van de man zonder neus, opgeschreven door Hildebrand:

De burcht met zijn torens, vlaggen en kanonnen ligt achter ons. Net als het eiland Ven, dat we alleen maar van een afstand zagen. De dames Bloemaert wisten te vertellen dat er een man woont die naar de nachtelijke hemel staart en nieuwe sterren ontdekt. Dat lijkt me onmogelijk. Ik kijk ’s nachts vaak naar boven en het schijnt me toe dat alle sterren er altijd al waren. Hoe langer je kijkt, hoe meer je er ontdekt. Soms schiet er één weg. Waar die vandaan komt of heen gaat weet ik niet. Misschien weet de man op het eiland dat.
Ik vroeg aan de dames welke sterren de man heeft ontdekt, maar ze waren niet geïnteresseerd in sterren. Alleen in de man. Ze vertelden me dat toen hij studeerde, hij ruzie kreeg met een medestudent. Die ruzie werd met zwaarden uitgevochten. Het kostte hem zijn neus. Sindsdien bedekt hij het litteken met een metalen plaat. Een neus van messing. De dames Bloemaert zeggen dat die neus schittert in het zonlicht en van verre te zien is. Als een ster aan de donkere hemel.
Ik heb niets zien schitteren.
En nu is het eiland Ven niet meer te zien. Voor ons doemt Zouteiland op. Een vlakke plaat, zonder enige begroeiing, met alleen grazend vee. En daarachter ligt de Oostzee op ons te wachten. Het land zal wijken en we zullen alleen nog maar een blauwgrijze horizon zien, met witte zeilen, schuimkoppen en zeemonsters.

Tja, net als een gerecht moet een boek ook in balans zijn.
Meer over Adriaen Coenen vind je hier. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s