Een goed boek

Ik denk dat dit een lang stuk wordt. Ik wil iets onderzoeken en dat doe ik schrijvend. Het gaat over goede boeken. Al voor de Middag van het Kinderboek in de OBA waren er discussies op internet. Over wat een goed kinderboek is. Tijdens de Middag deden verschillende sprekers hun zegje over het onderwerp. Wie... Lees verder →

Gewoon een werkdag

Ik ben op mijn werk en 't gonst. Morgen zijn de koningsspelen. In een lokaal rechts achterin zitten 16 kinderen van groep 8 achter laptops de eindtoets te maken. In twee lokalen links houdt de middenbouw een tentoonstelling over kunst. Je kunt er naar een levend schilderij kijken (met een knop 'beweging' en een knop... Lees verder →

In boekwinkels

Ik was in twee boekwinkels. Een grote in een kerk, en een kleine, voor kleine lezers (en ook grote, natuurlijk). Beide in dezelfde stad. In de een sprak ik met de eigenaresse, ze was geïnteresseerd in Sabel. Ze was geïnteresseerd in mij als klant, kwam met boekentips. Het is zo'n winkel waar je de hele... Lees verder →

De lezende leerkracht

Ze praat de hele dag met weinig woorden, op een toon die haar normaal vreemd is. Geaffecteerd soms. Langzaam. Zorgvuldig afwegend. In haar hoofd schakelt ze, en schakelt ze. Ze is een meester in afstemmen, aanvoelen, aftasten. Ze voert gesprekken onder haar niveau, lacht om grapjes die geen sprankje humor in zich hebben, stelt vragen... Lees verder →

Voornemen

De grootste vraag tijdens het schrijven van Sabel was waarom dit kon gebeuren. Dit slaat op pesten, buitensluiten, vervolgen en uiteindelijk uitroeien. Dit slaat ook op negeren en wegkijken en daarmee op een soort van instemming. ‘Dit is toch een park?’ De stem komt uit het niets. Ik draai me om en zie twee jongens... Lees verder →

Boek nummer 5: Vlaams Filmpje!

Stukje: Ik ben alleen met mijn potvis. Het water om hem heen komt steeds lager te staan. Of is het om háár heen? Is de potvis misschien een meisje? Ik vraag me af hoe je dat kunt zien en denk aan het boek op school, over jongens en meisjes, mannen en vrouwen, okselhaar dat begint... Lees verder →

Aandacht

Het is opa- en omadag op de school waar ik werk. Dat betekent een rij voor de kapstok, een rij voor de wc, een rij voor de koffie. Daarna zwermen ze uit. Gewapend met hun lievelingsboek (want kinderboekenweek) zitten ze op de kniekrakend lage stoeltjes bij hun kleinkinderen, soms vier per kind en kijken geïnteresseerd... Lees verder →

Het laatste botje

Mijn favoriete beleg is dat van Maastricht. Door Alexander Farnese. Het begon op mijn geboortedag, min driehonderdvijfennegentig jaar en duurde bijna vier maanden. Het was gruwelijk. Hete olie in de loopgraven, uitroken, mijnen, kokend water, buiktyfus, na overgave een driedaagse plundering. Om je een idee te geven. Nee, geen idee? Stel je dan voor dat je... Lees verder →

De mens bewaard

Frederik Ruysch wilde de mens bewaren. Dat deed hij door hem zorgvuldig te ontleden en elk deel te bewaren. Op sterk water. Geprepareerd met was. Balseming. Longvliezen. Melkvaten. Een kinderarmpje dat twee oogleden vasthoudt. Een skelet met een gebalsemd hart. In Ruysch' anatomisch kabinet werd de innerlijke mens tentoongesteld met vaandels, kant en bloemen die eeuwig... Lees verder →

Toen

Hij vertelt. Over hoe het vroeger ging, hoe het was, hoe het voelde, vol overtuiging alsof hij er zelf bij was. Zelf de slag bij Zelf de revolutie Zelf watersnood En zij zijn vergeten dat het 2016 is, dat ze zelf bestaan. Ze weten niet waar hun tafels eindigen en zij beginnen, want ze hangen,... Lees verder →

Toekomst

Over mensen die jaren geleden leefden, weten we niet zo veel. Onderzoek levert informatie op, maar het is een puzzel met ontbrekende stukjes. Maar wat als wij het onderwerp van onderzoek zijn? Als mensen die pas over duizenden jaren zullen leven, iets over ons willen weten? Ik stel me voor dat ze het wereldwijde web... Lees verder →

Tijd

Zolang ik me kan herinneren, ligt dat ding in huis. Een soort gladde steen met inkepingen, twintig centimeter, aan een kant taps toelopend naar een snijvlak. Bot. Ik heb de steen elke week minstens een of twee keer vast. Soms bewust, meestal achteloos. 'Het is een vuistbijl,' zegt mijn vader. 'Een echte prehistorische. Heb ik... Lees verder →

Ben ik wie ik ben?

Ik zat op een veldje en keek naar rechts. Eerst zag ik de man met de hoed, nee, eerst hoorde ik het geklingel en een zacht geruis. Ze kwamen. Ik denk dat iedereen zijn adem inhield toen ze langsliepen, het wiegen van hun kopjes, naar het gras, naar de staart van de voorganger. We stonden... Lees verder →

Dead Elvis

Dead Elvis typt een blog. 'Opweg, is dat één woord, of is het op weg?' En even later: 'Ik heb nu zes zinnen, maar het is niks.' Iets is nooit niks, denk ik. Zes zinnen is een begin. Later vraag ik of het lukt. Dead Elvis laat een wat langgerekt zuchtende 'ja' horen, gevolgd door... Lees verder →

Matinee

Ik ging naar de matinee in Pand P, maar toen ik daar aankwam was het bar-restaurantgedeelte op twee mensen na verlaten en ook stond er een verlaten tafel met boeken. Niemand die om een kaartje vroeg. Ik liep de trap op, tegen de klapdeur hing een aankondiging van een lezing. Eenmaal in de gang stuitte... Lees verder →

Hoe doe je stoer?

Een boek over hoe je stoer moet zijn. Dat vroeg ze, en ze keek me aan met een blik die zei dat ze het meende, dat het een probleem was dat ze ging aanpakken, zo zeker als een stratenmaker over zand uitkijkt en weet hoe hij het zal dichten: steen voor steen. Zo onzeker als... Lees verder →

In de bus

Bij het bushokje bij het zwembad staan ongeveer acht Indische vrouwen met het dubbele aan kinderen, en als ik later in de bus zit lijk ik ineens niet meer in Eindhoven te zijn. De zon, de muziek uit mijn oortjes en daaronder de murmelende stemmen van al die kinderen, waar ik een soort van op... Lees verder →

Marathon

Een Star Warsmarathon houden is een hele opgave. Zeker als je de films al zo vaak gezien hebt dat je elke willekeurige acteur zou kunnen vervangen, mocht je op miraculeuze wijze teruggaan naar de jaren '70 en op de set belanden. Yodataal? Geen probleem wij vinden dat. Dan is er nog de technische kant van... Lees verder →

Dag van de dieren

Ik zag een vos. Hij liep door het weiland aan de andere kant van de Dommel en ging in het gras zitten. Hij was op zijn gemak, dit was zijn terrein. Toen hij ons hoorde schoot hij ervandoor. Maar ik zag hem. Het was geen rode flits zoals de andere keren dat ik er een... Lees verder →

Alles kan

Mijn hoofd maakt deze titel uit zichzelf af. Alles kan Theekan, koffiekan En er kan nog veel meer IJsselmeer, Tjeukemeer In een verhaal kan alles. Alles wat je maar bedenken kunt. Alleen we schrijven niet alles op en we geven zeker niet alles uit. Want niet alles is positief en leuk en lief en schattig.... Lees verder →

Tilt

Gaat u vandaag nog reizen? Vlak voor we wilden inchecken kregen we twee dagkaarten aangeboden. In de trein keek de conductrice bedenkelijk en zei dat we in Eindhoven hadden uitgecheckt en dat reizen naar Tilburg vanuit Utrecht over Eindhoven wel erg om was. Ik ben niet zo goed in het overtreden van regels. Alleen door... Lees verder →

Bibliotherapie

Bi-blio-the-ra-pie znw \ bi-bli-o:-the:-ra:-'pi het voorschrijven van fictie voor de kwalen des levens (Berthoud en Elderkin, 2013) Proza brengt afleiding, proza geneest. Hét uitgangspunt van De Boekenapotheek, kort omschreven als Lees & Genees. Dit boek, in het Engels verschenen onder de naam The Novel Cure, behandelt 320 aandoeningen met 550 romans. Van slapeloosheid tot gebrek... Lees verder →

Pies

Ik ging met een vriendin naar de FeelGood Market. Zij had haar hond meegenomen, maar eenmaal in mijn huis besloten we dat de hond wel bij Bart achter kon blijven. We liepen over de Mathildelaan waar ik wees en vertelde over de Engelse bom die later een Duitse bom bleek te zijn. Voor het stadion... Lees verder →

Gedachtes bij een pakje

Ik bestel een boek bij Bol. Dat doe ik niet vaak, alleen als het boek nergens anders te krijgen is of als het erg duur is en alleen tweedehands nog enigszins betaalbaar, of als ik het gewoon erg snel wil hebben, dus eigenlijk is dat best vaak. Het betreffende boek is een kaartenboek van Amsterdam... Lees verder →

Afval

Het is dertig graden en wij gaan naar de stort. Die in Eindhoven aan de Kanaaldijk-z heeft een onopvallende ingang. Bij de slagboom laten we de stadspas zien. Als de slagboom openstaat legt een man uit waar alles moet. Ik luister maar half, een openstaande slagboom maakt me nerveus. Het is rustig in de milieustraat. We... Lees verder →

Grafheuvels

We zitten in het gras op de heuvel, omringd door palen en eten onze meergranen boterhammen. Onder ons liggen of lagen de resten van mensen die hier meer dan drieduizend jaar geleden misschien ook zo zaten, zonder blauwe koelbox. Het is niet stil in het bos, maar we zijn zo gewend aan de herrie van... Lees verder →

Wie weet of het waar is…

Vier jaar lang nam ik de bus naar school. Die bus reed door een dorpje, en elke dag las ik op de gevel van een klein huis (of eerder een stenen schuurtje) de woorden: Wie weet of het waar is. Elke dag dacht ik na over die zin. Nog steeds zit hij in mijn hoofd.... Lees verder →

To the point

Het rapportenboekje. Op de voorkant een jongen en een meisje met de armen over elkaar, getekend door Dick Bruna. Het is meer dan 35 jaar oud, in 1980 is er voor het eerst in geschreven. Toen was ik zes jaar oud. Betekenis der cijfers: 10 uitmuntend, 9 zeer goed, 8 goed, 7 ruim voldoende, 6... Lees verder →

Opruim

Ik haal de boeken uit de kast. De kamer verandert in een boekenzee. Er blijft een laag stof achter die met één veeg niet weg te halen is. Bart maakt een vlek op het keukenblad door er een fles gootsteenontstopper op te zetten. De saucijzenbroodjes ruiken naar ovenreiniger. In de container beneden liggen zo'n twintig... Lees verder →

Poëziealbum

Ik heb mijn poëziealbum van toen ik vier was nog. Op de eerste pagina staat een tekening op zijn kop, van een schommel en een touwladder. Op de schommel zit een meisje met een blauwe jurk aan en een roze strik op haar hoofd. Ze hangt ook aan de touwladder, probeert omhoog te klimmen, maar... Lees verder →

Klaver

Als we het pad aflopen en bij het open veld uitkomen zien we een ree die zich tegoed doet aan klaver. Het is een smal, rechthoekig klaverveld, de boer heeft een strook laten staan tussen gemaaide vlakken. De klaver is zo hoog dat alleen zijn rug te zien is en de topjes van zijn oren. Hij... Lees verder →

de herfst stormt binnen zonder kloppen de lucht ruikt naar afgerukt blad en splinters de zomer is voorgoed voorbij alleen weet ze dat nog niet spruitjes smaken niet zonder nachtvorst wat is dat toch met ijs is dat hoe vechtlust smaakt

Kankerwensput

'Wilt u een wens doen?' 'Nee, sorry, ik moet de trein halen.' Ik zie de jongen kijken. Hij weet even niet wat hij moet zeggen. Hij zag me aan komen lopen en moet gedacht hebben: die wil vast een wens doen. Met mijn 'nee, sorry' kan hij even niet omgaan. Wie wil er nou geen... Lees verder →

Mijn moeder was een grote vrouw. Eén meter tweeëntachtig. En stevig. Je zou niet denken dat ze ooit in een rugzak zou passen. En toch paste ze. Ik weet nog dat we luisterden naar een speech. Of misschien was het muziek. Er werd iets onthuld, er ging iets de lucht in. Ik weet nog dat... Lees verder →

We gaan!

Ik schreef een kinderboek over Kamp Vught. Het telt ongeveer 20.000 woorden, wat niet veel is. Maar om die woorden te kunnen schrijven, heb ik meer dan het tienvoudige aan woorden gelezen. Het dagboek van David Koker. Joodse kinderen in Kamp Vught. Spelen achter prikkeldraad. Ik bezocht Kamp Vught. Ik bezocht het Verzetsmuseum in Amsterdam.... Lees verder →

Van de wereld

Ik heb mezelf deze week heel veel vragen gesteld. Want ik was even 'weg'. Thuis op de bank met griep. Het contact met de buitenwereld uitsluitend digitaal. Dit in combinatie met lezen en schrijven over de Tweede Wereldoorlog, Kamp Vught. De dagboeken van David Koker, Helga Deen, Klaartje de Zwarte-Walvisch en Anne Frank. Herinneringen van Jan van... Lees verder →

Boven de voetjes afgezaagd

Ze zitten in het directiekantoor. Met z'n drieën. Hooguit acht jaar oud. De één is impulsief en staat niet altijd in contact met zijn geweten. De tweede is vooral jong en naïef. De derde is een meeloper. Als de stoere jongen tegen wie je opkijkt het doet, dan doe je mee. Ook al wéét je... Lees verder →

Over meningen en afvoerputjes

Iedereen heeft een mening. Dat mag. Tuurlijk. Geef je mening, roepen we. Wat vind jij? vragen we. We stellen je mening op prijs. Deel je gedachten met ons. Uw mening telt! Ho, STOP. Echt. Ik word ontzettend moe van al die meningen. Meningen over onderwijs, bedoel ik dan. Het onderwijs in Nederland is onder de maat. Dat zal wel komen door ....... Lees verder →

En dan ben je zelf… eh… schrijver

Soms voel ik me schrijver. Maar meestal voel ik me een toeschouwer. Afgelopen dinsdag stond ik voor het Muziekgebouw aan het IJ. Kinderboekenbal. Op de boogbrug maakte ik een foto. Binnen stond het vol met mensen. Kleurrijk, trots, vol verwachting, werelds. Met mijn uitgever liep ik de trap af. Helemaal onderaan stond de pers, lenzen... Lees verder →

Create a website or blog at WordPress.com

Omhoog ↑